Rik Janssen

Lid van het College van Gedeputeerde Staten van Zuid - Holland

Zuid-Holland bestaat voor een zesde deel uit water. Dat biedt kansen voor natuur, recreatie, economie en woon- en werkgelegenheid. Echter zit hier ook keerzijde aan.

Klimaatverandering kan zorgen voor te veel water of juist een tekort aan water. Daarom is water een belangrijk thema voor de provincie. Speerpunten in het beleid zijn waterveiligheid (de bescherming tegen het water), waterbeschikbaarheid (voldoende grond- en oppervlaktewater) en een goede waterkwaliteit.

Beschikbaarheid van water

Met name de beschikbaarheid van water zal de komende jaren enorm belangrijk worden, vertelt Janssen. “We zijn gewend dat er altijd water uit de kraan komt. Dat drinken we en we wassen er de auto mee. Maar in bijvoorbeeld Spanje of Zuid-Afrika zijn er al grote problemen als het lange tijd niet regent.

Hoe kunnen wij hier in Nederland blijven beschikken over voldoende water van voldoende kwaliteit? Daarvoor zijn veel maatregelen nodig, maar het gaat ook om bewustzijn bij mensen: minder water gebruiken, meer hergebruik en circulair gebruik.”

Dat laatste geldt ook voor de industrie, een grootverbruiker van water. Zo moet de tuinbouw al zelf zorgen voor voldoende water, onder meer door wateropslag. “Nederland heeft voldoende kennis om het waterverbruik bij de industrie terug te dringen”, stelt Janssen. “Afvalstoffen worden nu met water verdund om te kunnen lozen.

Hoewel het niet eenvoudig is om bedrijfsprocessen aan te passen, moet ‘niet lozen’ de norm worden. Maar water is een onderwerp dat nog te weinig centraal staat. Niet alleen in Nederland, maar ook in Europa. Water is altijd een onderdeel van ander beleid, bijvoorbeeld industrie- of landbouwbeleid. Het gevoel van urgentie is nog te laag. We moeten met elkaar werken aan het besef dat water schaars wordt.”

Project COASTAR

Een voorbeeld van een innovatief project in Zuid-Holland is COASTAR, dat wordt ondersteund door het Ministerie van Economische Zaken. Daarin onderzoeken overheden, kennisinstellingen en bedrijven samen of grootschalige ondergrondse opslag van zoet water in de regio Den Haag-Westland-Rotterdam haalbaar is.

Uit kleinschalige praktijkproeven is al gebleken dat neerslagoverschot in de winter kan worden opgeslagen. Zo is ook in periodes van droogte voldoende zoet water beschikbaar voor bijvoorbeeld drinkwaterbedrijven, de glastuinbouw en de industrie. In het project wordt tevens verkend of zout grondwater kan worden afgevangen en omgezet naar zoet water. Dat gaat verzilting tegen.

Uit kleinschalige praktijkproeven is al gebleken dat neerslagoverschot in de winter kan worden opgeslagen.

Janssen noemt hierbij nog wel een juridisch aspect: van wie is het opgeslagen water? “Dat is een praktisch punt dat nog moet worden uitgewerkt. Ik vind niet dat we in dit soort juridische vragen moeten blijven hangen, maar het gewoon moeten gaan doen en kijken hoe het gaat.

Je leert dan van elkaar, ziet hoe je elkaar nodig hebt en hoe je elkaar kunt versterken. We hebben dat ook gedaan met de Zandmotor, de kunstmatige zandbank voor de kust bij Ter Heijde. Die is een groot succes geworden. Ik denk dat ook COASTAR een prachtig project wordt en een wereldwijd exportproduct voor de Nederlandse watertechnologie.”

Op tijd anticiperen

De 3 speerpunten waterveiligheid, -beschikbaarheid en -kwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Zo speelt verzilting van het water in Zuid-Holland een grote rol bij de beschikbaarheid van zoet water. De Waterweg gaat verdiept worden, wat juist zal zorgen voor meer zout water. “Er zijn dus maatregelen nodig voor voldoende zoet water.

Zuid-Holland ligt grotendeels in een deltagebied, waar het water van zowel de rivieren als de zee komt. Dat maakt het vraagstuk lastig, ook qua veiligheid. We moeten op tijd anticiperen op problemen en worden continu uitgedaagd om oplossingen te bedenken.

Die omvatten ook evacuatieplannen voor mogelijke rampen. Recent was op televisie de serie ‘Als de dijken breken’ te zien. Dat opent voor veel mensen de ogen en helpt om over vraagstukken na te denken.”

Plannen moeten altijd samen met bewoners worden ontwikkeld, vindt Janssen. Zij hebben immers veel kennis over een omgeving. In dat kader noemt hij het project FRAMES, dat als doel heeft om inwoners bewust te maken van de mogelijke risico’s die ze lopen op watergebied, en om hen te laten nadenken over wat zij zelf kunnen doen als zich calamiteiten voordoen. “Bijvoorbeeld een overstroming, hoosbuien of problemen met de kwaliteit van het oppervlaktewater. Partners in Europa onderzoeken in 13 pilotprojecten wat in zulke gevallen wel of niet werkt.”

Bodemdaling

Een actueel probleem in Zuid-Holland is bodemdaling. Driekwart van de provincie heeft daarmee te maken, doordat veengrond oxideert en de bodem inklinkt. Janssen: “In de regio Zuidplas is dit momenteel een urgent probleem.

Het regelmatig verlagen van het waterpeil loopt tegen fysieke en financiële grenzen aan. Bestuurlijk en maatschappelijk is het niet langer te verantwoorden om daarmee door te gaan.

Een actueel probleem in Zuid-Holland is bodemdaling.
 

Wij zijn hierover intensief in gesprek met betrokkenen. Er is niet één pasklare oplossing. Alle betrokkenen zullen moeten zoeken naar een individueel passende oplossing. De betrokken overheden ondersteunen deze individuele processen van aanpassen waar mogelijk.”

Goed waterbeleid is essentieel voor Zuid-Holland. “Partijen moeten met elkaar optrekken en slimme oplossingen zoeken”, besluit Janssen. “Samen moeten we natte en droge pieken opvangen en vervolgschade beperken. Oplossingen moeten niet komen vanachter de tekentafel. Het gaat veel meer om maatwerk ‘vanaf het erf’.”