Robert Dencher

Voorzitter H2 Platform

Mobiliteit is één van de mogelijke toepassingen van waterstof, naast industrie en bebouwde omgeving. Daar speelt een ‘kip-ei’ probleem: voor auto’s op waterstof zijn voldoende tankstations nodig, maar er zullen pas tankstations komen als er voldoende auto’s zijn. “Er is wel een doorbraak”, zegt Dencher. “In Rhoon, Delfzijl en Helmond staan nu drie werkende tankstations. Vorig jaar zijn Nederlandse en Europese subsidies vrijgekomen, en daarmee worden nu acht nieuwe waterstoftankstations gebouwd. Daarnaast zijn er nog acht à tien in de planning voor over twee à drie jaar. De ambitie is twintig stations in 2020.”

Voor het Klimaatakkoord heeft het H2 Platform een voorstel ingediend voor vijftig tankstations in een landelijk dekkend netwerk in 2022, uit te bouwen naar 210 stations in 2030. Die 210 stations bedienen dan naar schatting 300.000 personenauto’s en 75.000 zware voertuigen. Die 300.000 personenauto’s beslaan slechts vier procent van het totaal in Nederland. Rond 2030 zullen we massaal overschakelen op waterstof, maar de voorbereiding start nu. Overigens loopt Duitsland voor, met zo’n honderd operationele stations begin volgend jaar en een streven van 400 stations in 2023.”

De ambitie is twintig waterstof tankstations in 2020

De overheid wil dat vanaf 2030 alleen nog ‘zero-emissie’ voertuigen worden verkocht. Dan zal de ontwikkeling veel harder gaan, voorziet Dencher. “Batterij- en waterstof elektrische voertuigen zullen naast elkaar bestaan. Voor batterij elektrische auto’s zijn laadpunten nodig, wat een flinke uitbreiding betekent van het elektriciteitsnetwerk. Voordeel van de waterstof-elektrische auto is dat de tank vol is in vijf minuten voor een actieradius van 500 tot 600 km.”

Voertuigen op fossiele brandstof zullen langzaamaan verdwijnen, zegt Dencher. “Dat betekent niet alleen minder uitstoot van CO2, maar ook minder NOx en roet. Dus de luchtkwaliteit zal aanzienlijk beter worden. Waterstof is voor personenvervoer en de logistiek een ideale energiedrager.”

Voor significante milieuwinst in de komende tien jaar moet de focus blijven liggen op CO2-reductie en verbetering van de luchtkwaliteit. Via de ‘grijze’ (dertig procent CO2 reductie, geen fijnstoot of roet) maar vooral de ‘blauwe’ (idem maar met offshore CO2 opslag (CCS), negentig procent + CO2 reductie) route kan schaal worden gecreëerd voor waterstof. Grijze en blauwe waterstof bereiden de weg voor voor ‘groene’ waterstof (uit hernieuwbare bron, honderd procent CO2 reductie). “We moeten geen van deze ‘kleuren’ waterstof uitsluiten”, aldus Dencher. “Gebruikers moeten vrij kunnen kiezen afhankelijk van hun eigen overwegingen. Maar met als einddoel groene waterstof.”


Gerard Martinus

Coördinator Energietransitie bij GasTerra en lid van KVGN

Waterstof speelt een grote rol in de energietransitie. Het kan methaan vervangen als grondstof in allerlei chemische processen en een bron zijn voor het bereiken van hoge temperaturen in industriële processen. “Bovendien is waterstof continu beschikbaar”, vertelt Martinus.

“Andere duurzame energiebronnen, zoals zonne- en windenergie, zijn afhankelijk van omstandigheden van het moment. Bij waterstof speelt dat niet. Ten opzichte van bijvoorbeeld een batterij is waterstof in grote volumes en met grote capaciteit beschikbaar. Daarnaast is waterstof in zoutkoepels op te slaan, zoals internationaal al decennia lang gebeurt. Waterstof is dus een flexibele manier om duurzame energie in te zetten.”

Het is van belang om de markt voor waterstof te bestendigen en te vergroenen. Bij de productie van waterstof komt nu nog CO2 vrij, en de eerste stap is om die CO2 af te vangen. Daarmee kan de markt worden vergroot en uiteindelijk kan echt groene waterstof worden gemaakt via elektrolyse. De techniek voor al deze stappen is er al, maar moet nog verder worden ontwikkeld en opgeschaald.

Waterstof is een flexibele manier om duurzame energie in te zetten

“Er is bijvoorbeeld al ervaring met het afvangen en opslaan van CO2. Er zijn nog wel technische stappen nodig om het op grote schaal te kunnen toepassen”, weet Martinus. “En bijvoorbeeld blauwe waterstof wordt al geproduceerd in de Rotterdamse haven, waarbij afgevangen CO2 met een pijpleiding naar kassen in het Westland wordt getransporteerd. Deze processen moeten nu worden opgeschaald zodat ze economisch interessant worden.”

In het ideale geval wordt groene waterstof geproduceerd bij bijvoorbeeld een windmolenpark op zee en wordt die goedkoop en efficiënt getransporteerd naar de plek waar de waterstof nodig is. Maar zo ver is het nog niet, er zijn nog stappen voor nodig. Martinus denkt dat de eerste stap is om er gewoon mee te beginnen. “Er zal wel overheidsgeld bij moeten, maar de eerste stappen zijn vrij eenvoudig.

De grote uitdaging is om technieken op te schalen naar een markt waar meerdere aanbieders en afnemers actief zijn. Als het economisch interessant wordt, kan groene waterstof een doorslaggevende rol gaan spelen. We kunnen beginnen met de eerste stappen, maar de vervolgstappen zijn nu nog niet duidelijk. Er vindt nu een economische studie plaats naar benodigde maatregelen van de overheid en andere marktspelers. Met goede maatregelen kan de markt echt op gang komen.”


Martijn Broekhof

Hoofd Klimaat en Energie bij VNCI

Voor de chemische sector is waterstof vooral interessant als grondstof voor nieuwe chemische bouwstenen. Deels gebeurt dat nu al, vertelt Broekhof. “Maar er is nog veel meer mogelijk. Dat vraagt wel een behoorlijke investering in de productiecapaciteit voor groene waterstof en mogelijk in pijpleidingen voor transport. De chemische industrie is in principe zeer geïnteresseerd om meer waterstof te ontvangen. Dan kunnen wij onze processen daarop inrichten.”

Er bestaat nu al een waterstof-economie, weliswaar op kleine schaal, maar hij is er. Op dit moment is dat ‘grijze’ waterstof uit fossiele brandstoffen. Nederland kan veel CO2 besparen, zowel in de productie als bij de inzet van meer duurzame waterstof. In eerste instantie kan dat door ‘blauwe’ waterstof te maken, door de vrijkomende CO2 af te vangen. Maar het doel is natuurlijk groene waterstof, geproduceerd uit hernieuwbare bronnen, vooral windenergie. “Dat kan met elektrolyse”, vertelt Broekhof. “Elektrolyse is een bewezen techniek, die behoorlijk wat energie vraagt. Daarom is het in onze analyses ook een van de meer kostbare technologieën. Er kan ook CO2 worden bespaard worden door inzet van waterstof als grondstof in plaats van als brandstof. Voor de chemie is waterstof een potentieel zeer waardevolle bouwsteen.”

Dit vereist nog veel innovatie en goede samenwerking

Er is nog veel innovatie nodig om de waterstofeconomie goed van de grond te krijgen. “Dat vereist samenwerking tussen veel partijen: industrie, overheid en de milieubeweging: een grote uitdaging voor het hele systeem. Tegelijkertijd is het belangrijk om niet te wachten tot de technologie zich volledig ontwikkeld heeft. Je moet nu investeren om in de toekomst grote slagen te kunnen maken.”

In het Klimaatberaad wordt gekeken naar de potentiële vraag naar waterstof in verschillende sectoren. Die theoretische vraag is vanzelfsprekend erg groot, maar de kosten zijn volgens Broekhof nog een probleem. “De VNCI presenteerde eerder dit jaar de routekaart 2050, met een visie om 95 procent CO2 te besparen in zowel energie als grondstofgebruik. Ook daarin is gekeken naar de inzet van waterstof als grondstof in verschillende chemische processen.

We kunnen bijvoorbeeld reststromen uit hoogovens koppelen aan waterstof en zo nieuwe producten maken. Dan hoeven die reststromen niet te worden verbrand. En ook afgevangen CO2 kunnen we met waterstof combineren tot een nieuw product. Dat is optimaal gebruik van carbon capture usage. Tegelijk moet we ervoor waken dat waterstof geen doel op zich wordt, maar een middel om tot CO2-reductie te komen. Daarmee kunnen we dan een flinke stap maken.”